vrijdag 16 juli 2010

De krokodil


Aan de rand van een groot meer lag Karel de Krokodil. Hij lag daar lekker lui te liggen, helemaal onder water, behalve zijn neusgaten. Zo kon Karel toch nog ademhalen.
Voor de andere dieren in het bos was Karel een vreemdeling. Hij was helemaal van de andere kant van het groter meer komen zwemmen.
De andere dieren in het oerwoud hadden Karel al zo vaak zo zien liggen. Ze waren helemaal gewend aan dat luie dier! Alleen vroegen ze zich af, of hij ooit wel eens uit het water zou komen. Er was er één, die helemaal niet hield van niksdoen. Die was altijd aan het werk. Je raad natuurlijk al, wie dat was. De ijverige Maarten Mier natuurlijk!
Hij besloot Karel eens flink te laten bewegen. Hij stapte op een blaadje, dat aan de kant lag en even later zeilde hij in de richting van de krokodil. Toen de mier met zijn blaadje langs Karel dreef, stapte hij af en liep hij regelrecht naar de neus van het gevaarlijke beest toe. Alsof het een grot was, zo stapte hij naar binnen. Karel voelde opeens een hevige kriebel in zijn neus en vlug dook hij onder water, om dat akelige gevoel kwijt te raken. Maarten schrok zich een hoedje. Hij hield zich stevig vast aan een haartje in Karel's neus en zodra hij weer boven water kwam, zwom hij gauw naar een blaadje toe en liet hij zich weer naar de oever drijven. Karel lag al weer lekker te slapen, toen Maarten Mier daar aankwam. Het plannetje was mislukt.
De andere dieren hadden natuurlijk gezien, wat er gebeurd was. Ze riepen allemaal door elkaar dat zij Karel wèl aan het werk konden krijgen!
Henkie Haas was de eerste. Hij kwam met een geweldige sprong van de oever precies op de kop van de krokodil terecht. Nou, die schrok daar wel van! Maar voor Karel wist, wat er aan de hand was, was Henkie al weer terug bij zijn vriendjes. Karel keek kwaad om zich heen of er nog meer van die nare beesten op hem loerden. Hé, daar stond een aap klaar, om op zijn kop te springen. Karel deed net of hij niets zag. Maar toen de aap sprong deed Karel gauw zijn kop opzij en de aap viel in het water. Met een grote hap verdween het ongelukkige dier in de muil van de krokodil!
De vader van het aapje had gezien wat er was gebeurd. Vlug pakte hij een stevige tak en met die tak sprong hij naar de kop van de krokodil toe. Die haalde weer het zelfde grapje uit en pappa aap viel ook in het water. Weer hapte Karel toe maar deze keer zette de slimme aap de tak rechtop in de open muil van de krokodil. Die kon toen natuurlijk zijn bek niet meer dicht krijgen. In een hoekje zat het kleine aapje nog angstig te kijken. Zijn papa schreeuwde: "Kom eruit!". Het kleintje maakte, dat hij wegkwam en ook zijn vader ging vlug terug naar de oever.
Op dat moment hoorde iedereen een hevig gekraak. Karel had zijn kaken eens stevig op elkaar gezet en de tak was in stukken gebroken!
De dieren waren wel een beetje geschrokken door wat er allemaal was gebeurd. En Karel? Die had zijn ogen al weer dicht en die lag al weer lekker te slapen! Het trucje van de mier had niet gewerkt, het aapje was bijna opgegeten, zouden ze dat luie beest nou maar liever niet verder storen? Hoe gevaarlijk zou zo'n krokodil zijn? Iedereen praatte weer door elkaar heen. Toen zei Flappie, de olifant: "Ik wil het wel eens proberen!"
Dat werd spannend. Hoe zou het aflopen? Flappie stapte naar de oever van het meer, vlak bij een nijdig kijkende Karel. Met een paar grote stappen was hij bij het einde van de staart van de krokodil. Met zijn dikke olifantenpoten gaf hij een flinke trap op het staaartpuntje en meteen holde hij weer naar de kant. Karel gaf een nijdige schreeuw! O, wat was hij nou boos! Met een vaart stoof hij uit het water en ging hij op de andere dieren af! Nu waren die aan de beurt om eens flink te schrikken. De apen klommen zou snel als ze konden de bomen in. De herten renden zo snel als ze konden dieper het bos in. Alleen het stekelvarken kan niet snel genoeg wegkomen! Karel vloog op hem af. Zijn grote muil stond al wijd open! Toen zag hij opeens, dat dat stekelvarken allemaal harde stekels op zijn vel had! En daar had Karel echt geen zin in! Teleurgesteld liep hij het water weer in. Hij zwom meteen door naar de andere kant van het meer. Onze vrienden aan deze kant hebben hem nooit meer gezien!

Bron: De verhaaltjesopa